![]() |
||||||||||||
|
Bezinningsteksten In ieder van ons moet de vlam opnieuw aangewakkerd worden ![]() toespraak van Paus Johannes Paulus II tot de gevangenen Indien ik met ieder van U persoonlijk zou kunnen spreken, wat zou ik U dan zeggen ? Ik zou U zeggen, tot ieder van U, dat ik U kom groeten, dat ik U mijn sympathie en mijn liefde wil betuigen. U ziet dat ik moeite heb om de juiste woorden te vinden, maar ik geloof dat de woorden hier te kort schieten. Ik wil hier niet verbergen wat mijn grootste verdriet is, ik kan niets voor U doen. U wilt Uw vrijheid terug. U verlangt aandacht, U wilt Uw persoon, Uw naam en Uw familie opnieuw integreren. Ik weet dat ieder van U leeft in angstig wachten. Dat is het grootste leed: niet kunnen krijgen wat men verlangt. En dat is wat mij het meeste bedroeft: dat ik U niet kan geven waar U zo hard naar verlangt. Weet U waarom ik gekomen ben? Omdat ik gezonden werd. Gezonden door wie? We moeten ver teruggaan. Op zekere dag zei Jezus tot hen die als eersten waren komen luisteren: "Ga naar de armen, bezoek de ongelukkigen en help en troost hen, ga naar de zondaars, ga vooral naar hen die moeten gesterkt worden." Zonder die woorden was ik hier niet, ik zou geen enkel recht hebben om hier te zijn en ik zou er wellicht ook het verlangen niet toe hebben. Maar ik ben gelukkig hier te zijn, gezonden door Onze Heer Jezus Christus. Door dit goddelijk gebod, door de boodschap van het Evangelie, door ons geloof wordt deze ontmoeting met U niet alleen gemakkelijk en mooi, maar ook noodzakelijk en vol vreugde. U denkt misschien wel eens: "Niemand houdt van mij, iedereen bekijkt mij met ogen die mij vernederen en krenken..." Welnu, als U dat denkt, herinner U dan dat ik U volkomen begrijp en dat ik een grote achting voor U heb. Ik hou werkelijk van U omdat ik in U altijd het beeld van God zie. Ik zie in U - met moeite, maar ik slaag er toch in - het beeld dat het voorwerp is van mijn zoeken, het geheim van mijn ambt en van mijn taak, en ik hoop dat ik U op een dag zal terugzien in het paradijs, met dezelfde ogen die ik nu op U richt. Ik val voor U op de knieën en ik zeg tot ieder van U dat U het waard zijt om bemind en gered te worden; ik zou U willen herinneren aan het woord van God, zoals de kaars die het geweten verlicht. En dat licht toont ons de zwakheid, ellende, zonde, ongeluk. De Heer geeft ons een innerlijke kracht, waarde zoon, waarde dochter... Christus komt in elk van ons en zegt ons voortdurend: "Kom, laten we samen werken, ik ben Uw Simon van Cyrene; ik ondersteun U en ik verander alles voor U. Wat voor U oneer lijkt kan Uw heil zijn. Wat voor U als een breuk in het leven is, kan een nieuw begin zijn en zelfs Uw verblijf in dit huis kan voor U een hergeboorte zijn." Een andere horizon opent zich voor onze ogen. Een echt wonder grijpt plaats. Vanuit Uw gesloten wereld kunt U het leven met nieuwe ogen bekijken en op een dag zult U bevestigen: toen werd ik een echte man, een echte kristen. Toen ik verpletterd werd door smart heb ik de waarde van mijn bestaan begrepen. Ook ik werd gekruisigd en ik heb begrepen waar de bron van mijn redding vandaan kwam. Ontdoe Uw hart van deze keten, van deze gevangenis, en verhef Uw hart en krijg terug hoop. Ik open voor U de hemelen van de hoop. De hemelen van de teruggevonden waardigheid, van de herkregen mensheid, gericht op een hogere bestemming waar de Heer U roept en waarnaar hij U leidt. Leer hopen op Christus, in deze harde leerschool. Waarde Zonen, Waarde Dochters, ik richt mijn blik op alle gevangenissen van de wereld. Het woord van Christus zelf nodigt U uit om opnieuw te leven, om te verrijzen. Paus Johannes Paulus II |
|||||||||||